De risicomanagers van de belangrijkste Nederlandse pensioenfondsen en pensioenuitvoerders zijn gevraagd om aan te geven welke risico’s zij voorzien en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Het resultaat is een lijst met de zes meest prangende risicogebieden voor de pensioensector en welke stappen men daartegen denkt te nemen. Het biedt pensioenprofessionals concrete handvatten voor de complexe risico-afwegingen die ze moeten maken.
Risico 1: Financiële resultaten ondermijnen pensioendraagvlak
Financiële risico’s als onzekerheid op de financiële markten en het langlevenrisico maken het dat financiële resultaten de komende periode hoog op de agenda zullen blijven staan binnen de pensioensector. Zo bevindt de rente zich op een ‘all time low’ en door de macro-economische onzekerheden en de onvoorspelbare effecten van het stimuleringsbeleid van de ECB is moeilijk in te schatten of en wanneer deze zal stijgen. De uitdaging voor de sector is om het juiste evenwicht tussen het kortetermijnbelang (voldoen aan het financieel toetsingskader) en de resultaatdoelen voor 2020 te vinden en te bewaken. Tegelijk moet het draagvlak worden vergroot door de communicatie met jonge en oude deelnemers te verbeteren door de boodschap te versimpelen. Belangrijk is dat men begrijpt wat voor effect de pensioeninleg heeft op aanspraken later, in plaats dat de nadruk wordt gelegd op het uitleggen van de complexe systematiek van opbouw, indexeren en korten.
Risico 2: Het pensioen als speelbal van politiek opportunisme
Binnen verkiezingstijd gebruiken politieke partijen de noodzakelijk geachte pensioenherziening om zich te profileren. Niet alleen worden daardoor soms financieel en actuarieel slecht onderbouwde visies gepresenteerd, het voedt ook de overtuiging bij het grote publiek dat hun pensioenen niet langer gegarandeerd zijn en dat de sector dit niet op eigen kracht kan oplossen. Dit heeft de pensioensector voor een deel aan zichzelf te wijten. Het ontbreekt aan een eenduidige visie op de toekomst van het Nederlandse pensioen en het stelsel, waardoor de lobby in Den Haag versnipperd is. De Pensioenfederatie is de aangewezen partij om deze kar te trekken. Maar eerst moeten alle actoren het eens worden over wat ze naar buiten brengen en hoe. Ook dreigt het gevaar van een externe ‘locus of control’. Als politieke inmenging onvermijdelijk wordt geacht, zullen fondsen en uitvoerders zich afwachtend opstellen en niet langer op hun eigen strategie sturen.
Risico 3: De sector is niet wendbaar genoeg
Er worden hoge eisen gesteld aan het verandervermogen van alle schakels in de pensioenketen. De komst van een nieuw stelsel, de onzekerheid op de financiële markten, de disrupties door nieuwe technologieën en de overgang van collectieve arrangementen naar meer individueel maatwerk; dit alles vraagt om wendbare organisatievormen en een bedrijfscultuur die nieuwe werkvormen en andere systemen omarmt. Veel risicomanagers twijfelen of fondsen en uitvoerders wel voldoende ‘agile’ zijn gegeven de snelheid waarin ontwikkelingen zich voordoen. De externe samenwerking moet snel worden versterkt. Door gezamenlijk te investeren in sociale en technologische innovaties en in de harmonisatie van regelingen wordt de wendbaarheid van de sector als geheel vergroot. Er moet meer tijd en aandacht worden besteed aan de integratie van compliance en riskmanagement en aan het alignment van strategie en uitvoering.
Risico 4: Veiligheidsrisico’s door verouderde IT-systemen
De digitalisering van de pensioensector rukt op en daarmee ontwikkelen zich nieuwe risicogebieden. Technologie gedreven innovaties zullen de komende jaren een grote impact hebben, maar vooralsnog stelt een meerderheid vast dat investeren in IT-vernieuwing nog te laag staat op de bestuurlijke prioriteitenlijstjes. Het risicobeleid op IT-gebied richt zich nog vooral op het voorkomen van cyberinbraken en datamanipulatie en het updaten van verouderde administratieve systemen. Benadrukt wordt dat investeren in PensionTech onontbeerlijk is om nieuwe vormen van concurrentie van volledig gedigitaliseerde aanbieders het hoofd te kunnen (blijven) bieden, om binding met de deelnemers en werkgevers te vergroten en om meer efficiencyvoordelen te behalen. Maar zo lang onduidelijk is voor welk pensioenstelsel men kiest, wordt deze beslissing uitgesteld. En dat maakt de sector extra gevoelig voor het disruptierisico.
Risico 5: Onvolwassen risicomanagement richt zich teveel op form, niet op substance
Weliswaar is het risicomanagement in de pensioensector de afgelopen jaren over de hele linie fors verbeterd, maar het sluit nog onvoldoende aan op het strategische niveau (en omgekeerd). Ook kan de integratie met compliance (of de in- en externe risico’s overeenkomstig de daarvoor afgesproken procedures en wettelijke kaders worden gemanaged) beter. Er is twijfel of de groei naar volwassenheid snel genoeg gaat in de veeleisende en uitdagende omgeving van pensioenen. Bovendien is de invulling nog vaak te veel ‘toezichthouder gericht’. De meeste tijd wordt besteed om tot in detail te voldoen aan de procedures en richtlijnen van DNB en veranderingen in Europese en nationale wet- en regelgeving. Het is hoog tijd dat de meeste tijd en menskracht wordt besteed aan de substance, het tijdig inschatten en mitigeren van de risico’s voor de pensioenzekerheid.
Risico 6: Hogere transactiekosten en solvabiliteitseisen door EU-wet- en regelgeving
Met de politieke onzekerheid neemt ook het risico op veranderingen in wet- en regelgeving toe. Naast de vele aanpassingen en aanvullingen van de nationale pensioenwetgeving en van ons toezichtregime, is er ook in Brussel veel in beweging. De sector heeft daar niet altijd goed het oog op, stellen de risicomanagers vast. Gefocust als ze zijn op de veranderingen in Nederlandse wetten en regels en beheermechanismen, besteden ze onvoldoende tijd en aandacht aan de Europese compliancedimensie. Ten onrechte. Want er zijn nieuwe richtlijnen op het gebied van marktregulering (EMIR, MiFID II en AIFMD) en van de clearingplicht en op het gebied van de internationalisering van pensioenafspraken (IORP II), die op termijn voor hogere transactiekosten zullen zorgen en (mogelijk) een aanscherping van de solvabiliteitseisen.