De Europese regelgeving (SoS-verordening) was lange tijd gebaseerd op een wereldbeeld waarin gasaanbod ruim, stabiel en betrouwbaar was; sabotage of het langdurig wegvallen van een grote leverancier werd als ondenkbaar beschouwd. De Russische inval in Oekraïne in 2022 heeft gezorgd voor een nieuwe realiteit. Sindsdien is de EU voor 90% afhankelijk van import uit non-EU landen zoals Noorwegen (pijpleidinggas) en de VS (LNG).
Er zit een les in deze plotselinge verschuiving naar een kwetsbaardere situatie voor de levering van gas in de EU. Scenario’s zoals deze die direct voortvloeien uit de toprisico’s volgens World Economic Forum (WEF) – Geoeconomic confrontation en State-based conflict – kunnen niet meer als ondenkbaar of onvoorzien worden beschouwd. De Amerikaanse aanval op Iran en het sluiten van de straat van Hormuz is ook zo een scenario dat de beschikbaarheid en de prijs van energie scherp en zonder waarschuwing doet stijgen over de hele wereld. Alle organisaties die hierdoor verstoring ondervinden moeten met de huidige staat van de wereldorde berekend zijn op dergelijke gebeurtenissen met een grote wereldwijde impact. In veel gevallen zal dit betekenen dat organisaties nog eens kritisch naar hun risicohouding moeten kijken – wanneer externe omstandigheden bijdragen aan een hoger basisrisico kan dat tot gevolg hebben dat een prudentere, ofwel meer risicomijdende, houding aangenomen wordt door organisaties.
De Gasunie is een zo’n organisatie die een aanpassing maakt aan hun beleid door de wereldwijd toenemende druk op energievoorzieningen. Decennialang was de Nederlandse leveringszekerheid van aardgas geborgd door het Groningenveld, dat zowel grote volumes als flexibiliteit leverde. Gasunie Transport Services (GTS) waarschuwt nu echter dat het systeem onvoldoende is voorbereid op een verstoring van zes maanden of langer. In een dergelijk scenario ontstaat in de EU een tekort van circa 500 TWh, voor Nederland ligt dit tekort tussen de 55 en 110 TWh. Zonder aanvullende maatregelen vormt dit een risico tot fysieke schaarste, extreme prijsschokken en het gedwongen afschakelen van de industrie. Gasunie pleit daarom voor een "alternatief vangnet" in de vorm van een strategische reserve. Vanuit een zeer kritische risicohouding wat betreft leveringszekerheid, waaraan de Gasunie haar bestaansrecht ontleent, lijkt de organisatie gedwongen om voorheen onnodig geachte maatregelen in werking te stellen. Hieronder wordt deze casus uit de werkelijkheid geanalyseerd vanuit verschillende risicohoudingen zoals gedefinieerd in het RAVC-model.
In het RAVC-model wordt risicohouding geclassificeerd op een vijfpuntschaal: Nul – Kritisch – Gebalanceerd – Opportuun – Maximaal. Deze schaal verloopt geleidelijk van extreem risicomijdend naar extreem risicozoekend.
De keuze voor een specifieke maatregel hangt direct samen met de risicohouding op de schaal van Nul tot Maximaal.
De Gasunie lijkt zich bewust te zijn van de veranderende dynamiek op energiemarkten. Op basis van de meest recente uiting van GTS kan worden gesteld dat er sprake is van een kritische risicohouding. Deze houding zit tussen de absolute veiligheid van 'Nul' en de marktneutraliteit van 'Gebalanceerd' in. Gasunie stelt expliciet dat het huidige geopolitieke klimaat vraagt om "realisme en voorbereid zijn op het onverwachte". De organisatie erkent dat technische maatregelen aan de vraagzijde, zoals brandstofomschakeling (goed voor ca. 26 TWh), onvoldoende zijn om een gat van 110 TWh te dichten.
Door specifiek te pleiten voor het inzetbaar maken van de 300 TWh kussengas in opslagen zoals Norg en Grijpskerk, kiest Gasunie voor een robuust vangnet dat de autonomie vergroot zonder terug te vallen op de politiek gevoelige winning uit het Groningenveld. In 2025 investeerde de organisatie al € 600 miljoen specifiek in energiezekerheid, wat illustreert dat men niet langer bereid is om de enorme maatschappelijke kosten van een langdurige verstoring — die in 2022 pijnlijk zichtbaar werden — als een acceptabel restrisico te beschouwen. Gasunie lijkt hiermee de "stoepranden" van haar beleid te verleggen om stabiliteit te borgen in een omgeving waar beschikking over energie als politiek drukmiddel realiteit is geworden.
De Gasunie trekt echter de grens bij de mogelijkheid om het Groningenveld te heropenen – waarmee de wrijving tussen twee risicodomeinen wordt aangetoond. Hoewel het openhouden van de optie tot een heropening de leveringszekerheid ten goede zou komen weegt deze winst niet op tegen de maatschappelijke kosten van het bewust benadelen van omwonende Groningers. Deze keuze is cruciaal om de maatschappelijke reputatie van de Gasunie te beschermen. Het in gevaar brengen van de levenskwaliteit van burgers blijkt, ondanks een kritische risicohouding wat betreft leveringszekerheid, volgens de Gasunie ook in geval van nood nog niet uitlegbaar.
Is nu de risicobereidheid van Gasunie intrinsiek veranderd, of dwingt de geopolitiek een andere uitkomst af bij een gelijkblijvende risicohouding? Het kan aannemelijk worden geacht dat de geopolitieke situatie de doorslaggevende factor is. De fundamentele missie van de Gasunie – het waarborgen van de leveringszekerheid – is al decennia constant.
In de oude situatie (vóór 2022) volstonden marktgebaseerde maatregelen om de missie te volbrengen. In de huidige realiteit is de externe dreiging geëscaleerd (sabotage Nord Stream, afsluiting Straat van Hormuz), waardoor dezelfde missie nu zwaardere, niet-marktgebaseerde maatregelen zoals het beroep doen op kussengasreserves vereist. De verandering in het beleid is dus geen proactieve aanpassing, maar een noodzakelijke correctie op een wereldbeeld dat door de werkelijkheid is ingehaald.
© Copyright 2014 - 2026 Riskworld | Alle rechten voorbehouden | Privacy en veiligheid | Cookies | Disclaimer | Sitemap