De Nederlandsche Bank publiceerde onlangs haar jaarlijkse rapport ‘Integriteitstoezicht in Beeld 2026’. Op het eerste gezicht een feitelijk overzicht van toezichtbevindingen, sectorrisico’s en handhavingsmaatregelen. Wie goed leest, ontwaart echter een dieper liggende verschuiving: DNB stuurt steeds nadrukkelijker aan op een risicogebaseerde, proportionele en contextbewuste benadering van integriteitsrisico’s. Daarmee sluit het rapport naadloos aan bij het gedachtegoed van waardegedreven compliance.
In dit artikel worden de belangrijkste inzichten uit de rapportage van DNB geplaatst in het perspectief van waardegedreven compliance. Met handelingsperspectief voor risicomanagers en compliance officers.
Waardegedreven compliance gaat verder dan het strikt naleven van wetten en regels. Het vertrekt niet vanuit de vraag wat moet, maar vanuit de vraag wat willen en kunnen wij als organisatie zijn? In een tijd waarin maatschappelijke verwachtingen, toezicht en wetgeving voortdurend in beweging zijn, volstaat een afvinkbenadering niet meer. Waardegedreven compliance betekent dat organisaties wet- en regelgeving benaderen als ondergrens, niet als einddoel.
Integriteit is niet een kwestie van de wet volgen, maar van het juiste doen - ongeacht wat de wet voorschrijft. Er zijn zelfs gevallen waarin het blindelings volgen van de wet schadelijk is – zeker in deze onvoorspelbare tijd waarin omstandigheden soms sneller veranderen dan de wet zich aan kan passen. Daarnaast is niet ieder praktisch moreel dilemma in wetsteksten vervat, dus gaat het bij waardegedreven compliance niet zozeer over 'kennen wij de wet en overtreden we die niet' maar vooral 'welke ethische kaders hanteren wij om ervoor te zorgen dat we het goede doen?'
Tegelijkertijd vraagt deze benadering om een expliciet risicogebaseerde en proportionele werkwijze: niet elk risico vraagt dezelfde mate van beheersing, en niet elke regel dezelfde intensiteit van toepassing. Organisaties maken bewuste keuzes over waar risico’s het grootst zijn en waar inzet dus het meest noodzakelijk is. Dit betekent dat compliance niet uniform wordt toegepast, maar differentieert naar aard, omvang en context van de risico’s. Het is een benadering waarin waarden die samenhangen met integriteit, cultuur en ethisch handelen expliciet worden verbonden met de strategie en kernactiviteiten van de organisatie. Niet conformance staat centraal, maar het realiseren van duurzame waarde: voor klanten, medewerkers, toezichthouders en de samenleving als geheel – passend bij de eigen organisatie.
“Minder waar het kan, meer waar het moet.” Dit is de kern van zowel het DNB-toezicht als van waardegedreven compliance: niet het afvinken van regels, maar het begrijpen van de risico’s die je wilt beheersen. Langs die route ontstaan weloverwogen keuzes om compliance activiteiten te richten op de meest relevante aandachtspunten, die strategische waarde hebben.
Het meest opvallende thema in het rapport van DNB is proportionaliteit. DNB heeft bij een aantal banken een verkenning uitgevoerd naar de proportionele toepassing van de Wwft en constateert dat instellingen het belang ervan onderkennen, maar in de praktijk belemmeringen ervaren. De toezichthouder moedigt instellingen aan om bij het gebruik van standaarden en risico-indicatoren de bestaande ruimte te benutten om risico’s per stuk te beoordelen, specifieke beheersingsmaatregelen vast te stellen en restrisico’s verantwoord te accepteren.
Jarenlang was het toezichtklimaat gericht op méér controle, méér vastlegging, méér zekerheid. Nu verschuift het accent naar passende controle. Voor wie vanuit waardegedreven compliance denkt, is dit herkenbaar: het gaat niet om het afvinken van regels, maar om het begrijpen van de risico’s die je wilt beheersen en het durven differentiëren op basis van dat inzicht.
Het rapport besteedt uitgebreid aandacht aan sanctiescreening. In 2025 onderzocht DNB de sanctiescreeningsystemen van 59 financiële instellingen: 21 banken, 10 verzekeraars, 20 trustkantoren en 8 betaalinstellingen. In totaal moesten 15 instellingen herstelmaatregelen treffen. De effectiviteit bij banken en betaalinstellingen is verbeterd ten opzichte van het vorige onderzoek, en de bewustwording rond sanctiescreening is duidelijk toegenomen.
Effectieve sanctiescreening vereist niet alleen een systeem dat draait, maar ook begrip van de configuratie, de matchingsparameters en de beperkingen. Compliance als administratieve exercitie, het aanwezig hebben van een screeningsysteem, is onvoldoende. Waardegedreven compliance vraagt om inhoudelijk begrip, onafhankelijke toetsing en de bereidheid om kritisch te kijken naar de verantwoordelijkheden die je als organisatie geaccepteerd hebt. In de praktijk betekent dat onder andere ook kritisch kijken naar uitbestedingspartners en zelf de verantwoordelijkheid dragen dat ook zij het goede doen.
Een tweede thema waar in de publicatie aandacht aan wordt besteed is discriminatie bij de naleving van de Wwft en de Sanctiewet. DNB publiceerde in september 2025 het rapport Discriminatie Bewust Tegengaan en onderzocht 26 banken en 13 betaaldienstverleners. De definitie van discriminatie is verbreed, er worden meer opleidingen gegeven en de communicatie is verbeterd. De grootbanken boekten de meeste vooruitgang. Maar met name het risico op indirecte discriminatie (discriminatie door ogenschijnlijk neutraal beleid) wordt nog onvoldoende onderkend.
Dit is bij uitstek een waardegedreven thema. Het tegengaan van witwassen en terrorismefinanciering is een wettelijke plicht, maar de manier waarop die plicht wordt uitgevoerd raakt aan fundamentele waarden: gelijke behandeling, toegang tot financiële diensten, en het vertrouwen van burgers in het financiële systeem. Een compliance officer die uitsluitend de regel volgt zonder oog te hebben voor de maatschappelijke impact, mist een essentieel deel van het verhaal. Waardegedreven compliance betekent hier: het willen voorkomen van discriminatie, niet alleen omdat het moet, maar omdat het raakt aan de kern van integer handelen.
Verschillende financiële sectoren worden in het rapport van DNB apart genomen om een beeld te geven van sectorspecifieke integriteitsrisico’s en kwetsbaarheden. Hieronder een kort overzicht van enkele van deze sectorale bevindingen.
Banken
Bij banken ziet DNB vooruitgang in de risicogebaseerde aanpak, maar signaleert dat de diepgang van het klantonderzoek in complexere situaties nog tekortschiet. Contante transacties blijven een structureel toprisico, versterkt door het verbod op contante betalingen boven €3.000 vanaf 2026. Het aantal FIU-meldingen (Financial Intelligence Unit) van contante opnames en stortingen vertoont al jaren een stijgende trend.
Op het gebied van belastingontduiking ziet DNB ruimte om fiscale integriteitsrisico’s nader uit te werken in de Systematische Integriteitsrisicoanalyse (SIRA). Banken worden aangemoedigd structureel invulling te geven aan toereikende opleidingen en trainingen op dit terrein.
Betaalinstellingen
Bij betaal- en elektronischgeldinstellingen is het beeld zorgelijker. DNB constateert, in lijn met bevindingen van de Europese Bankautoriteit (EBA), dat de beheersing van integriteitsrisico’s in deze sector achterblijft bij andere financiële sectoren. De groei in complexiteit door virtual IBANs (vIBANs), white labelling en nieuwe dienstverlening vergroot de kwetsbaarheid. Een groot deel van de sector scoort boven de risicobereidheid van DNB.
Pensioenfondsen
Bij pensioenfondsen blijven de integriteitsrisico’s laag en beheersbaar. DNB heeft de impactklasse verlaagd, waardoor 137 pensioenfondsen voortaan de Integriteitsrapportage (IRAP) eens per drie jaar ontvangen in plaats van jaarlijks. De structurele kwetsbaarheden in uitbestede sanctiescreening vormen echter een concreet aandachtspunt.
Verzekeraars
Bij verzekeraars is het beeld stabiel, met interne fraude als opkomend aandachtspunt waarover DNB in 2026 een themaonderzoek start.
DNB sluit haar bevindingen per sector consistent af met een korte vooruitblik naar 2026. Deze staan vaak in het teken van de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) en de nieuwe Europese Anti-Money Laundering Authority (AMLA). De AMLR vervangt samen met de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt) de huidige Wwft en treedt grotendeels per 1 juli 2027 in werking. Financiële instellingen moeten zich in 2026 voorbereiden op strengere eisen rond klantonderzoek, beoordelingen van Ultimate Beneficial Owners en Politcally Exposed Persons (UBO/PEP), sanctiescreening en rapportage van verdachte transacties.
Voor compliance officers is dit een strategisch moment. De overgang naar een Europees geharmoniseerd kader biedt de kans om compliance niet als last maar als kans te benaderen. Waardegedreven compliance kan daarbij het kompas zijn: niet wachten tot regels in werking treden, maar nu al investeren in robuuste processen, goede kennis van klanten en een integriteitscultuur waar de focus verlegt wordt van wat wettelijk verplicht is naar waar werkelijk het verschil wordt gemaakt.
DNB verwacht van financiële instellingen niet alleen dat zij de regels naleven, maar dat zij het ‘waarom’ achter die regels begrijpen en internaliseren. Proportionaliteit, vakmanschap, eigenaarschap en ethisch bewustzijn zijn ook precies de pijlers van waardegedreven compliance.
De uitdaging voor risicomanagers en compliance officers is om deze verschuiving te vertalen naar de dagelijkse praktijk. Dat begint bij het stellen van de juiste vragen: niet alleen “voldoen wij aan de norm?”, maar ook “beheersen wij werkelijk het risico dat we willen beheersen?”, “doen wij dit op een manier die past bij onze waarden?” en “zijn wij bereid om verantwoord te differentiëren?”
Het rapport ‘Integriteitstoezicht in Beeld 2026’ laat zien dat de toezichthouder ruimte biedt aan instellingen die deze vragen serieus nemen. Het is aan de sector om die ruimte te benutten. Niet als compliance-trucje, maar als uiting van oprecht integer ondernemerschap.
© Copyright 2014 - 2026 Riskworld | Alle rechten voorbehouden | Privacy en veiligheid | Cookies | Disclaimer | Sitemap